Verschillend denken (25-04-25)
Verschillend denken
M en S zitten in dezelfde app groep, maar in veel dingen zijn ze het oneens. Dat leidt niet tot scheve gezichten, zeker niet tot ruzie, soms wel tot lol.
Zo denkt M hetzelfde als ik m.b.t. vluchten met stevige wind mee. ‘Dan zijn de echt goede er ook. Die vluchten eisen immers meer van het oriënteringsvermogen, misschien wel de voornaamste eigenschap van een goede duif.’
S zegt het met topspeler P Theunis eens te zijn: ‘Geluksvluchten.’
Verschillend denken? Nou en? Is toch geen probleem zeker.
SUPPLEMENTEN
Ook een punt van discussie waren bijproducten, supplementen dus.
Mijn idee? ‘Als je er in gelooft zeker geven.’
Zelf geloof ik (nog) in weinig.
Op de fond dan? ‘Bijproducten nul komma nul’ beweert ‘coming man’ Sil van Vliet.
Overgenomen van diens leermeester Bas, zeker?
Ook toppers als Jellema, Theelen, v d Wegen en Volkens geloven of geloofden er niet in, evenmin als Martin de Poorter, zo kon je lezen.
‘Duiven hebben ook een smaak, maar kunnen niet zeggen als ze het voer niet lusten vanwege daaraan geplakte supplementen. Wat ze dan doen is wat mensen zouden doen. Er niet of minder van eten. En dat is nu net het allerlaatste wat je als liefhebber en zeker als fondspeler wilt hebben’, aldus Jellema.
‘BESTE’
Waar ze wel hetzelfde over dachten was dat Verkerk en Leideman de beste van Nederland waren. Althans in 2024. ‘Doe daar België maar bij’, zei M.
En laat die twee nu toevallig(?) Goud en Zilver winnen in de Gouden Duif competitie 2024. Het pleit wel voor de geloofwaardigheid van hun puntentelling.
Overigens is ‘de beste’ een erg rekbaar begrip. Met die woorden moet je oppassen.
Ik durf geen ‘vijf beste’ benoemen. Niet van Nederland en niet van Belgie.
Niet over 2024 en niet over de laatste jaren.
Wat immers ook zwaar mee weegt is de kracht van de concurrentie.
Die laat toe, of beter bepaalt, hoe sterk je wel of niet kan presteren.
Vroeger telde Tilburg talrijke duivenclubs. Een stond bekend als heel sterk, een andere als heel zwak. Een opzienbarend resultaat in die zwakke club had meestal weinig te betekenen als betreffende ‘melker’ in die sterke club zou hebben gespeeld.
Ook de betekenis van ‘namen’ is betrekkelijk.
Zo lukte Belgische Herman Bevers enorm met soort van de redelijk onbekende ‘Jochems van Goubergen’, helaas overleden. Hij haalde er vijf duiven en het waren vijf goede tot supers. En bij hem is een duif niet gauw een super.
OOK STRAF
Verkerk en Lossignol waren in 2024 Gouden Duifwinnaars voor resp. Nederland en Belgie. En de ironie van het lot is soms verpletterend, dat waren ze ook in 2020!
Toen Verkerk, zelf geen man van supplementen, aan Lossignol vroeg hoe hij daar over dacht begon die te twijfelen. Hij gaf die wel maar, toen hij eens zonder kwam te zitten bleven de duiven even goed presteren. Nu dus zonder supplementen.
Bas en vader Gerard wonen dus in Reeuwijk en laat Belgische Lossignol het ook en vooral doen met duiven uit die plaats. Meer bepaald van Bas zijn buurman.
Niet verwonderlijk dat de concoursen daar vaak in een flitsend tempo verlopen.
Het doet me denken aan die mail van die Limburger die ik opgeslagen heb: ‘In Z H zit rommel, anders kan Verkerk niet zo excelleren,’ mailde hij.
En het doet denken aan veel Belgen van in vroeger jaren. ‘In Holland manden ze alles in wat beweegt. Ze moeten hier maar eens komen spelen’, hoorde je vaak.
Ze mogen de hemel prijzen dat sommige Noorderburen dat niet doen.
Zo lees je vaak over ‘kampioenen’ die in een ‘ijzersterk centrum’ spelen. Of in een streek ‘waar de concurrentie moordend is’.
‘Maar ik lig ook goed’, of ‘ik lag die vlucht ook goed’ lees of hoor je zelden. Jan Broeckx en Andre Roodhooft met name krijgen het wel uit de strot.
Waar veel Belgen wel voor moeten waken zijn die groepslossingen van soms geen 1.000 duiven. Het zal de kwaliteit op langere termijn enorm verzwakken. Overigens doet Bas het met vooral Nederlandse duiven, in de pedigrees van Willem stuit je vaak op een ‘B’.
VERSPILLING
Erwin, John en Frank waren in het najaar op bezoek, ‘Emile’ (niet de echte naam) een jaar eerder. Wat ze gemeen hebben is dat het ooit studenten van me waren en nu duivenliefhebbers.
Alleen ‘Emile’ maakt er niets van, ergo een prutser zoals er weinig zijn. En altijd maar klagen over zoveel tegenspoed.
Een keer heb ik hem bezocht.
Ik had twee piepers van mijn hok gepakt, in een doosje gezet en dat doosje in de auto voor ik naar hem toe reed.
Maar wat een afknapper was me dat. Hij deed verkeerd wat hij verkeerd kon doen en zou met de beste duiven van de wereld nog geen papier raken. Ik prijsde me gelukkig dat ik het doosje met daarin mijn presentje in de auto had laten staan. Want dat zou ook niets zijn geworden.
‘Mogelijk wel leiden tot een scheef gezicht, ‘omdat het nooit aan hem lag’.
VERKEERD
Zijn grootste fout was en is, want als je ouder bent dan 50 verander je niet makkelijk meer, zijn grootste fout is dat hij te veel van duiven houdt.
Duivensport is een selectie sport en als er een ding is dat hij niet kan is het selecteren. Er wordt nooit geruimd, er komt alleen maar bij. Vooral van bons.
Hij had een tiental zogenaamde kweekkoppels en niet èèn goede vlieger. Geen goede vliegers maar wel kwekers, is een combinatie die zelden tot iets leidt. Beginnen doe je best met wat voedsterduiven om eieren onder te leggen van goedwillende sportgenoten. Vervolgens de mand in met die handel en dan selecteren met de resultaten als graadmeter.
Meteen gaan vliegen kan ook. Maar dan met gratis of goedkope duiven.
Investeren doe je pas als je bewezen hebt met duiven te kunnen spelen.
ZELF
Dan deed ik het anders. Zolang ik melker ben zocht ik naar duiven die er uit konden telkens als ik op het hok kwam.
Overdreven bang zijn, groot en zwaar zijn, harde pluimen, geen balans en zeker een mindere gezondheid waren vaak al redenen genoeg voor een ticket naar de duivenhemel. Elke prul minder op het hok gaf me een goed gevoel.
Sportgenoten die zeiden ‘voor het spel al jongen verwijderen, zou ik nooit durven’. Ze bleven dat niet zeggen.
Natuurlijk maak je met zo’n selectie fouten. Behalve degenen die duiven met een haperende natuurlijke gezondheid niet op hun hok dulden.
